Hotels - Reizen - Vakantie - Toerisme - Informatie -
Vakantiebestemming
CYPRUS-KORTE
GESCHIEDENIS
Het huidige Cyprus
(de Grieks-Cypriotische republiek) is eigenlijk een jonge staat. Het
eiland werd een onafhankelijke republiek in 1960. De
ligging van het eiland Cyprus (dicht bij Europa, Klein-Azië en
Afrika) doet al vermoeden dat het er niet bepaald rustig is geweest.
Het eiland is inderdaad in de loop der tijden door zowat iedereen die
belangen had in het bekken van de Middellandse Zee bestuurd en
gedomineerd.
Reeds
rond 5.800 v. C. was Cyprus bewoond. Omwille van de aanwezigheid van
koper werd het eiland al vrij vroeg een belangrijke handelsplaats. Egyptenaren,
Myceners, Feniciërs, Perzen, Macedoniërs, Romeinen
: allen
hebben het eiland gebruikt voor handelsdoeleinden of er zelfs over
geheerst (soms met harde hand). De Griekse invloed is echter altijd
dominant geweest.
In
45 n.C. brachten St.Paulus en St. Barnabas het Christendom naar
Cyprus. Door de opkomst van het Christendom in het late Romeinse Rijk,
werden vele kerken en kloosters gesticht op het eiland. Salamis werd
de nieuwe hoofdstad. Toen in 488 n.C het graf van de heilige Barnabas
werd ontdekt verkreeg Anthemios, de toenmalige aartsbisschop van
Cyprus, dat de Cypriotische kerk als "autokephalous"
(of
: gelijk aan en onafhankelijk van Constantinopel)
werd verklaard.
Van
647 tot 965 werd Cyprus regelmatig door Arabische invallen
geteisterd.
In 965 lukte het de Byzantijnse keizer Nicephorus II om de Arabieren
te verdrijven. Hierna deelde Cyprus in de gouden tijd van het
Byzantijnse rijk. Reeds op het einde van de 7e eeuw was Nicosia
ontstaan
en uitgegroeid tot de belangrijkste stad van het eiland.
Na
1191 veroverde Richard Leeuwenhart Cyprus en stelde hij het eiland
ter beschikking van de Tempelridders. Later droeg hij het bestuur over aan Guy
de Lusignan, de afgezette koning van Jerusalem. De Lusignans
legden het eiland een feodaal systeem op en brachten de
cyprioten tot slavernij. Na de kruistochten werd het eiland overspoeld
door Christelijke vluchtelingen. De economie kwam verder tot bloei wat
in de 14e eeuw tot meer rivaliteit leidde met Genua en Venetië. De
laatste koning van de Lusignans, Jacobus II, sloot een verbond met
Venetië, en huwde de Venetiaanse Catharina Cornaro. Kort na zijn
huwelijk stierf Jacobus (evenals zijn zoon) op mysterieuze wijze. Om
de dreigende aanvallen van de Osmanen het hoofd te kunnen bieden,
stond Catharina haar troon af aan Venetië.
Ondertussen
verloor Venetië zijn handelsoverwicht door de ontdekking van nieuwe
handelsroutes in de Atlantische Oceaan. In 1570 profiteerden de
Osmanen van de verzwakte positie van Venetië en namen het eiland
Cyprus in. De Osmaanse Turken schaften het feodaal systeem af,
erkenden de Grieks-orthodoxe godsdienst en veranderden de katholieke
kerken in moskeeën. Lokale Turkse ambtenaren perstten echter de
bevolking uit en de economische toestand van het eiland werd steeds
slechter zodat in 1641 de bevolking daalde tot 25.000. In 1754 erkende
de Sultan de orthodoxe aartsbisschop als hoofd van de
Cypriotische kerk, waardoor die zowat de leider van het
Grieks-Cypriotische volk werd. Tijdens de Turkse periode vonden
verschillende opstanden plaats om het eiland onafhankelijk te laten
worden.
In
de Russisch-Turkse oorlog
van 1828-1829 kozen de Britten partij
voor Turkije. Hierdoor kon Groot-Brittanië later, als dank, het
bestuur over Cyprus op zich nemen. De belastingen dienden echter
nog naar de Sultan overgemaakt te worden. De sociaal-economische
toestand op Cyprus verbeterde aanzienlijk, maar toch begonnen de
eilandbewoners een groeiende wrok te koesteren tegen de Britten
vanwege het uitblijven van zelfbestuur.
Toen
Turkije zich in 1914 aan Duitse zijde schaarde, annexeerden de Britten
Cyprus. Twee jaar later werd het eiland een Britse kroonkolonie.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de roep om "Enosis"
(=
vereniging met Griekenland)
steeds luider. Er kwam steeds meer gewapend verzet tegen de Britse
overheersing. De Turkse Cyprioten kregen steeds meer schrik van een
door Griekenland gedomineerd Cyprus, waar zij een minderheid zouden
uitmaken. Op 16 augustus 1960 werd Cyprus, na onderhandelingen bij de
Verenigde Naties, onafhankelijk. Aartsbisschop Makarios werd president
en de Fazil Küçük vice-president. In de periode die hierop volgde
bleef het wederzijds wantrouwen van beide bevolkingsgroepen groot.
In
Juli 1974
organiseerde het Griekse kolonelsbewind een
staatsgreep
om Makarios te verwijderen. Hierop vielen Turkse troepen Cyprus
binnen om de Turks-Cyprioten te beschermen. Vrij vlug hadden de Turken
37% van het eiland in handen. 200.000 Grieks-Cyprioten moesten hun
dorpen en huizen in het noorden verlaten en naar het zuiden trekken.
Het eiland werd door een demarkatielijn ( die door Nicosia loopt) in
twee gedeeld. In november 1987 verklaarde Turks-Cyprus zich
onafhankelijk.
Foto's
© THE MANTA en Toeristische Dienst Cyprus