Een
reis naar Istanbul is een reis naar het verleden van een grootse
stad, maar
tegelijkertijd een reis naar het heden van een moderne stad met al
haar charmes en tegenstrijdigheden. Ooit was deze stad onder de naam Constantinopel
de hoofdstad van het Oostromeinse Rijk. Wie vandaag de stad bezoekt,
wordt voortdurend geconfronteerd met de fascinerende geschiedenis van
deze stad die werkelijk op
de grens tussen oost en west
ligt.
De miljoenenstad
Istanbul (7 - 8 miljoen inwoners) is de grootste stad van de
republiek Turkije. Het was de vroegere hoofdstad van het Osmaanse Rijk
en daarvoor van het Oostromeinse en het Byzantijnse Rijk. Istanbul
ligt aan de zeeëngte die Bosporus (of Bosphorus) genoemd wordt
en die de Zwarte Zee met de Zee van Marmara en de Middellandse Zee
verbindt. In de Bosporus eindigt ook de zogenaamde 'Gouden Hoorn'.
Dit is de 7 km lange monding van meer landinwaarts gelegen rivieren.
Deze monding dankt zijn naam aan de weerkaatsing van het zonlicht op
het water. Hierdoor geldt de 'Hoorn' als een van de mooiste baaien ter
wereld. Deze monding scheidt het oude stadsdeel 'Stanboel'
ten
zuiden van de baai van het nieuwere stadsdeel 'Beyoglu', ten
noorden van de baai. Twee bruggen (de Galatabrug en de Atatürkbrug)
verbinden de beide delen.
De
stad strekt zich uit over twee continenten (Europa en Azië)
want aan beide kanten van de Bosporus heeft het stedelijk gebied zich
erg uitgebreid. Groot-Istanbul beslaat meer dan 400 km². In 1973 had
de stad nog een bevolking van ongeveer 3 miljoen inwoners. Momenteel
is dit aantal meer dan verdubbeld, vooral door de voortdurende
immigratie van plattelandsbewoners die hier hun geluk komen
zoeken. Een Turks spreekwoord : "In Istanbul zijn het stof en de
stenen van goud". Door die spectaculaire bevolkingstoename kampt
de stad natuurlijk met problemen. De infrastructuur volgt met moeite
de bevolkingsgroei. Sommige wijken zijn ook erg verpauperd.
Istanbul
is niet alleen een historische stad, maar ook het economisch hart
van de moderne Turkse Republiek. Een ononderbroken vloot van
olietankers en handelsschepen vaart dagelijks door de Bosporus.
Op
cultureel vlak wordt pas de rijkdom van de stad duidelijk. Het enorme
aantal musea, kerken, moskeeën, paleizen, bazars en mooie
idyllische plekjes lijkt oneindig. Wanneer men tijdens de
zonsondergang aan de oever van de Bosporus het rode avondlicht ziet
weerspiegelen in de vensters aan de overzijde, dan begrijpt men waarom
vele eeuwen geleden vele kolonisten op deze plek zijn neergestreken en
waarom iedereen altijd deze glorieuze stad heeft willen bezitten.
GESCHIEDENIS
Rond
600 v. C. sticht de Griek Byzas
op het schiereiland
waar nu Istanbul ligt de nederzetting Byzantion. De
plaats bleef lang zijn dorpskarakter behouden tot de Romeinse
keizer Constantijn in 330 n.C. besloot de stad te
ommuren en er zijn keizerlijke residentie in onder te brengen.
Vrij vlug werd de stad 'Constantinopel'
genoemd en in
395 n.C. werd ze de hoofdstad van het oostelijk deel van het
Romeinse Rijk, een tweede Rome. Dit rijk krijgt later de
naam 'Byzantijns Rijk', naar de oorspronkelijke naam van de
eerste nederzetting.
In
de vroege middeleeuwen wordt Constantinopel steeds
belangrijker als handelscentrum. Handelaars uit oost en west
komen er zich vestigen. De kruistochten
tussen de 11de
en 13de eeuw versterken het kosmopolitisch karakter van de
stad. Het verjagen van de Byzantijnse keizers en de korte
periode tussen 1204 en 1261, waarin de stad geregeerd
werd door tot keizer uitgeroepen kruisridders, brengt
Constantinopel aan de rand van de afgrond.
In
1453 wordt de stad door de Osmaanse Turken onder sultan
Mehmet II veroverd. Vooral in de 16de eeuw, onder sultan
Soelaiman
de Grote, werd de stad verder verfraaid met prachtige
bouwwerken die niet moesten onderdoen voor de monumenten van
de Byzantijnse tijd. In die periode wordt ook de naam ISTANBUL
meer en meer gebruikt. Het is een verbastering van het Griekse
'eis tin poli = in de stad).
De Grieken noemen Istanbul nu nog altijd ' i poli'. In de
daarop volgende eeuwen knoopten steeds meer Europese staten
diplomatieke betrekkingen aan met de stad die nu de
hoofdplaats was van het Osmaanse Rijk.
Dit
rijk begon in
de 19de eeuw te verzwakken. Tijdens de
eerste wereldoorlog kozen de Osmanen de kant van Duitsland. Na
de oorlog kwam er een geallieerde bezettingsmacht maar in 1922
richtte Kemal Atatürk een nieuwe republikeinse regering
op in Ankara. De laatste sultan werd van de troon vervallen
verklaard en Istanbul werd opgeheven als zetel van de centrale
macht. De stad is er nochtans in geslaagd om sindsdien zijn
positie van economisch en cultureel centrum van Turkije te
behouden.

Foto's
Toeristische Dienst Turkije