Cuba werd door Columbus bezocht
tijdens zijn eerste reis op 27 Oktober 1492. Twee jaar later maakte hij er nog
een korte stop. Hij realiseerde zich niet dat Cuba een eiland was. Hij hoopte
aanvankelijk dat het Japan was. Columbus vond geen goud, maar merkte op dat de
Indianen zich te goed deden aan de rook van een brandende stok van opgedroogde
en opgerolde bladeren die ze ' tobacos ' noemden. In 1511
veroverde Diego de Velazquez het eiland en stichtte verschillende
steden, waaronder Havana. De eerste Afrikaanse slaven kwamen aan in 1526, kort
hierna werd suiker geintroduceerd. Tabak werd een officieel Spaanse monopolie in
1717. Koffie werd voor het eerst verbouwd in 1748. In 1762-1763 veroverden de
Engelsen het eiland, maar gaven het dan terug aan Spanje in ruil voor Florida.
DE 19de EEUW
Tegen het einde van de 18de eeuw was Cuba een
gemeenschap geworden die voornamelijk uit slavenplantages
bestond. In het midden
van de 19de eeuw produceerde Cuba 30% van de suiker in de wereld. Tijdens de
eerste helft van deze eeuw groeide een onafhankelijkheidstreven tegenover het
moederland Spanje dat geen politieke hervormingen wou doorvoeren. Er vonden twee
onafhankelijkheidsoorlogen plaats (1868-1878 en 1895-1898). Tijdens die periode
versterkten de Verenigde Staten hun belangen op het eiland. In 1898 verklaarde
de USA Spanje de oorlog, de Spaanse vloot werd veroverd en de USA bezette het
eiland gedurende 4 jaar.
DE 20STE EEUW
In 1902 werd de Republiek Cuba opgericht. De USA
zorgde er echter wel voor dat het eiland een protectoraat bleef om de
Amerikaanse economische belangen te vrijwaren. Zo ging bijv. twee derden van de
suikerproductie naar de USA onder een vast prijsquotum. Ondertussen bleef de
situatie van het werkende volk erbarmelijk door corruptie. In de jaren 20 kwam
het tot een nationalistische opstand en in 1933 werd de regering afgezet door
Sergeant Fulgencio Batista. Deze regeerperiode werd gekarakteriseerd door
nationalistische en populistische tendenzen, terwijl corruptie en politiek
geweld verder bleven doorgaan. In 1944 verloor Batista de verkiezingen, maar hij
kwam terug aan de macht na een militaire staatsgreep in 1952. Zijn harde
dictatuur werd dan uiteindelijk ten val gebracht na een 3-jarige campagne van
Fidel Castro.
REVOLUTIE EN COMMUNISME
Castro reorganiseerde Cuba naar communistisch
model : pers, gerecht en vakbond kwamen onder staatscontrole. Alle belangrijke
industrietakken werden genationaliseerd en een Centraal Plan Bureau werd
geïnstalleerd. Prompt volgde er een exodus van de middelklasse naar de
Verenigde Staten, waardoor Cuba veel van zijn geschoolde werkkrachten verloor.
In 1961 probeerde de USA een aanval op Cuba in de Varkensbaai
(Bahia de
Cochinos) waarbij een leger van 1.400 door de CIA opgeleide Cubaanse emigranten
door Castro werden in de pan gehakt. Castro verklaarde hierop dat de
Cubaanse Revolutie een socialistische revolutie was. Amerika reageerde door Cuba
volledig economisch en politiek te isoleren. Hierdoor ontstond vanaf 1962 een
grote schaarste op Cuba. Kruschev reageerde door middellange afstandsraketten op
het eiland te installeren om, desgewenst, de USA te kunnen aanvallen. De wereld
kwam hierdoor op de rand van een nucleaire katastrofe te staan. Geheime
onderhandelingen tussen John F. Kennedy en Kruschev leidden tot het weghalen van
de raketten door de Sovjet-Unie.
In de jaren 70 volgde Cuba dan verder
getrouw de lijn van Moskou. Cubaanse soldaten kwamen ook
tussenbeide in andere landen om communistische revoluties te steunen (bv.
Angola, Ethiopa, Nicaragua,..). In de jaren 80 kon Fidel Castro de beloofde
communistische welvaartsstaat niet waarmaken waardoor honderdduizenden Cubanen
op de vlucht sloegen. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, moest Castro
noodgedwongen de Cubaanse maatschappij liberaliseren om te vermijden dat nog
meer mensen op de loop gingen en het eiland in economische chaos zou
tenondergaan.
