De stad Trinidad (60.000 inwoners) is het
voorbeeld bij uitstek van een stad uit de beginperiode van de Spaanse
kolonisatie : prachtig bewaarde straten en gebouwen met
nauwelijks zichtbare tekens van de 20ste eeuw. Trinidad werd in 1514 gesticht
door Diego Velazquez als een uitvalsbasis voor ontdekkingen in de nieuwe
wereld. De 5 hoofdpleinen en de 4 kerken stammen uit de 18de en 19de
eeuw. In 1988 werd de stad door de UNESCO op de lijst van het werelderfgoed
geplaatst. Vóór de 19e eeuw was de
rijkdom van de stad gebaseerd op slavenarbeid in de suikerrietplantages. Door
de succesvolle teelt van suikerbieten in Europe kwam aan deze bron van
inkomsten een einde in de tweede helft van de 19de eeuw. Trinidad verloor zijn
economisch belang en werd in de tijd ingevroren.
Enkele bezienswaardigheden: de Plaza Mayor is
het centrum van de stad. De kathedraal Iglesia Parroquial de la
Santisima Trinidad, is de grootste kerk op Cuba. Verder zijn er nog
verschillende musea m.b.t de geschiedenis en de archeologie van de stad.
