De Franse Antillen vormen twee 'Départements
d'Outremer'. Het
eerste departement bevat Martinique, het andere Guadeloupe samen met de
eilanden Marie-Galante, Les Saintes, La Désirade, Saint Barthélémy en het
Franse gedeelte van Sint Maarten.
De twee belangrijkste eilanden werden door Columbus opgemerkt
tijdens zijn tweede reis in 1493. De eerste Franse kolonisten kwamen pas in
1635. Omwille van de belangrijke suikerproductie werden de eilanden vaak een
twistpunt tussen Engeland en
Frankrijk. Frankrijk verloor sommige eilanden
(Dominica, St. Lucia, Tobago) tijdens de Napoleontische oorlogen. In 1848 werd
de slavernij afgeschaft door toedoen van Victor Schoelcher. In 1946 verloren
de eilanden hun status van kolonie en werden ze Départements. In 1974 werden
ze 'Régions'.
Gezien deze eilanden op politiek vlak gezien worden als
Departementen van de Franse Republiek, hebben zij dezelfde status als eender
welk departement in Frankrijk zelf. Elk departement zendt twee senatoren en
drie afgevaardigden naar de Assemblée Générale in Parijs.
De bewoners van
de eilanden zijn Franse staatsburgers. De munt van de eilanden is de Franse
Franc. De voertaal is Frans. Door de band met Frankrijk is er een hogere
sociale levensstandaard dan in de rest van het Caraïbisch gebied, maar tevens
is het leven er over het algemeen duurder dan op de andere Caraïbische
eilanden. Er bestaat een beweging voor onafhankelijkheid. Naast het
Frans wordt er op Guadeloupe en Martinique ook veel 'Créole' gesproken
(West-Afrikaanse grammaticale structuur met woorden van Franse origine).
De euro zal ook in de Franse
overzeese gebiedsdelen Guadeloupe, Frans Guyana, Martinique en Réunion
ingevoerd worden. Hier worden echter Franse zegels gebruikt maar aan het
poststempel zullen deze zegels te herkennen zijn als zegels gebruikt buiten
Europa. De Nederlandse Antillen behouden hun eigen Antilliaanse gulden en gaan
niet over op de euro.
