BASSE-TERRE
Basse-Terre (53.000 inwoners) is de administratieve hoofdstad
van Guadeloupe en het gehele Département. De stad telt nog heel wat typische
oude koloniale gebouwen en pitoreske kleine steegjes en pleintjes. Te
bezichtigen : de 17de eeuwse kathedraal en het Fort Louis Delgrès (1667).
Vlakbij bevinden zich Saint-Claude (een rijke voorstad met koffiebomen en
tropische tuinen) en Matouba een typisch Indiaans dorp.
Het Fort Louis Delgrès werd gebouwd in 1667 maar fors uitgebreid in de 18de
eeuw. De Britten hielden het fort bezet in 1759-1763 en opnieuw in 1810-1816
onder de naam Fort Mathilde. De huidige naam van het Fort werd gegeven ter
herinnering aan Louis Delgrès die aan de troepen van Napoleon wist te
ontsnappen na de herinvoering van de slavernij in 1802.
De Grande Caverne is het cultureel centrum met een tentoonstelling van
klederdracht en foto's van het gebied.
GRANDE-TERRE
Point-à-Pitre (141.000 inwoners) is de hoofdstad van het
Grande-Terre gedeelte van Guadeloupe, en ligt aan het einde van de Rivière
Salée. Het is het handelscentrum van het eiland. De stad wordt nogal
eens beschreven als functioneel en een beetje kleurloos. De meeste oudere
koloniale gebouwen werden verwoest tijdens de aardbeving van 1843. Het huidige
Point-à-Pitre ziet eruit als een vreemde mengeling van Franse
provinciehuizen, Caraïbische huizen en goedkope huurappartementblokken.
Het centrale plein is de Place de la Victoire, waar vroeger de
guillotine stond. Dit is ook het oudste gedeelte van de stad. Sommige van de
hoge bomen rond het plein gingen verloren tijdens de orkaan Hugo in 1989. In
het midden van het plein staat het standbeeld van Félix Eboue (1884-1944),
een vroegere Gouverneur-Generaal. De vele terrasjes en cafés zorgen voor
voortdurende beweging en ambiance.
Op de Place de l'Eglise bevindt zich de okerkleurige
Basilique
de St Pierre et St Paul, een gebouw uit 1830 met ongewone metalen zuilen die
een galerij schragen die rond de top van de kerk loopt. Langs het plein staat
het Justitiepaleis in Art Deco stijl. De vele bloemenstandjes maken het plein
heel attractief.
Er zijn twee musea : het Musée Schoelcher (de bevrijder van
de slaven) en het Musée Saint-John Perse, in een mooi koloniaal gebouw,
gewijd aan de dichter en diplomaat Saint-John Perse die in 1960 de nobelprijs
voor literatuur won.
