De Nederlandse Antillen bestaan uit de volgende eilanden :
Aruba, Bonaire, Curaçao, het zuidelijk gedeelte van Sint Maarten, Sint
Eustatius en Saba (de laatste drie worden soms de 'Eilanden Beneden de Wind'
genoemd).
Voor de kolonisatie werden de eilanden bewoond door de Caiquetios,
een Arawak stam. Op de Ned. Antillen zijn er nog enkele overblijfselen van
indianendorpen te vinden. Door de kolonisatie en het vermengen van de rassen zijn
er nu geen volbloed indianen meer aanwezig. De eilanden van de Nederlandse
Antillen werden ontdekt in 1499 door de Spanjaard Alonso de Ojeda,
vergezeld door de Italiaan Amerigo Vespucci. De eilanden bleven Spaans tot in
de 17e eeuw. Toen kwamen de Nederlanders die de eilanden veroverden en van
Curaçao een strategisch steunpunt tussen Pernambuco (Brazilië) en Nieuw
Amsterdam (later New York) maakten. Gezien het droge klimaat was Curaçao niet
zo geschikt voor landbouw en het winnen van cultuurgewassen. Het eiland werd
echter wel het middelpunt van de slavenhandel door de
Nederlanders. Door toedoen van de Nederlandse kolonisten kwamen ongeveer een
half miljoen slaven naar het Caraïbisch gebied, de meesten hiervan passeerden
langs Curaçao.
In de navolgende eeuwen werd er om de eilanden vaak gevochten
door Spanjaarden, Engelsen en Nederlanders. In the 19de eeuw, echter, werden
Aruba, Bonaire, Curaçao, St. Eustatius, Saba en de helft van Sint Maarten
definitief Nederlands bezit. In de 20ste eeuw werd de economische situatie van
de eilanden heel interessant na de ontdekking van olie in Venezuela. Shell
richtte een olieraffinaderij op in Curaçao. Later, in 1924, volgde nog een
andere raffinaderij op Aruba. Tijdens de tweede wereldoorlog vestigden vele
Nederlandse bedrijven zich op de Antillen om hun bezittingen niet in handen te
laten vallen van de Nazi-bezettingstroepen in het moederland. Daardoor
groeiden de Nederlandse Antillen later uit tot een belangrijk financieel
centrum. Na de oorlog begon de roep om autonomie tegenover Nederland
ook groter te worden.
De Nederlandse Antillen behouden hun
eigen Antilliaanse gulden en gaan niet over op de euro.
HET PAPIAMENTO
Nederlands is de officiële taal op de Antillen, maar de
eilandbewoners spreken ook Spaans en Engels en vooral : Papiamento. Deze taal
is een mengeling van de volgende elementen: Portugees (van de Joods-Portugese
immigranten uit de 17de eeuw), Nederlands, Spaans, Engels en enkele Africaanse
en Indiaanse dialecten. Deze taal bestaat al sinds de vroege 18de eeuw. Ze
wordt gesproken door alle sociale klassen op de Antillen. Tegenwoordig is het
Papiamento een echt symbool geworden van de culturele identiteit van de
Antillianen.

Pictures Courtesy of the Tourist Board of
the Dutch Antilles